Duanwei graden in taijiquan

31-07-2026

Wie de wushu actualiteit zo een beetje volgt, heeft vast al vernomen dat de Chinese wushu association een systeem van graden in wushu heeft opgezet, zoals wij dat ook in de japanse krijgskunsten kennen. Taijiquan is één van de interne wushustijlen en vanaf het begin zijn de zes grote taijiquanstijlen (Yang, Wu, Hao, sun, Chen en he) in dit systeem opgenomen. Wat moeten we daar ALS liefhebbers van taijiquan van denken? Is het een poging om controle te krijgen over leraren, scholen en clubs? Wil men wushu, interne zowel ALS externe stijlen, onderwerpen aan een standaard en uitmaken wat goed is en wat slecht? Of moeten wij hier onbevangen en zonder vooroordeel naar kijken en deze vernieuwing omarmen? In dit artikel wil ik uiteenzetten hoe het systeem van de graden of.. Duanwei eruit ziet, hoe het in China wordt ingevoerd en wat ik ER vanuit mijn eigen ervaring over denk.

Het Chinese duanwei systeem

Graden kennen we uit de Japanse krijgskunsten. Daar begin je met een witte gordel of band en naarmate je oefent, vorderingen maakt en testen aflegt, krijg je banden van een steeds donkerder kleur. Deze proeven vinden gewoon in de club plaats, behalve voor de zwarte band, die je pas krijgt na proeven voor een regionale of nationale instantie. In feite begint het pas echt met die zwarte band die overeenkomt met een graad van 1e dan. Om die te behalen moet je een aantal vaardigheden onder de knie hebben en het bewijs hiervan lever je tijdens een examen. Daarna kan je verder opklimmen en hogere dans behalen op basis van je ervaring, je technische vaardigheden en inzicht. Vanaf een bepaald niveau worden in de Japanse krijgskunsten de graden alleen toegekend op basis van je verdiensten.

In 1998 besliste de Chinese Wushu Association samen met de National Sport Commission en het Chinese Wushu Research Institute om een gelijkaardig systeem van graden in te voeren. Er werd besloten om het Chinese systeem grotendeels te enten op dat van de Japanse krijgskunsten. Als naam voor de Chinese graden werd hetzelfde karakter gekozen dat door de Japanners wordt gebruikt. In het Chinees wordt dit karakter uitgesproken als duan en in een internationale context mogen duan en dan door elkaar gebruikt worden.

Rond de eeuwwisseling zijn een paar nieuwe taijiquanroutines verschenen die meteen aan een niveau gekoppeld zijn. Zo werd een routine gecreëerd met acht posities (tien indien je openen en afsluiten meerekent) van het niveau van eerste duan. Een andere routine met zestien posities (deze keer openen en afsluiten wel meegerekend) was van een tweede duan niveau. De vertrouwde 24-vorm bleek ineens van derde duan niveau te zijn en de eenvoudige gecombineerde routine met 32 posities kreeg het etiket van vierde duan opgeplakt. De andere routines, zoals 42- en 48-vorm en alle competitieroutines die in 1989 naar voren zijn gebracht, waren dan weer van een vijfde duan niveau. Maar veel gebeurde er daarna niet meer en er was zeker geen sprake van een ruime beweging waarbij iedereen in China betrokken was. Het besef groeide dat het moeilijk was om op een correcte manier graden toe te kennen zonder een meer doorgedreven standaardisering van de curricula van de verschillende stijlen.

In oktober 2007 werd op een werkconferentie beslist dat er uitgeschreven programma's moesten komen voor alle stijlen waarbij de verschillende technieken en routines beschreven zouden worden. In de loop van 2008 werkten meer dan honderd wushu-experts aan deze programma's en deze zijn in de zomer van 2008 geëvalueerd en verder op elkaar afgestemd. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een aantal boeken waarin de technische vereisten voor zes niveaus, van eerste tot zesde duan, zijn vastgelegd.

Het systeem van graden: een noodzakelijk kwaad?

Vóór het verschijnen van deze gestandaardiseerde curricula kon je een duan verkrijgen door een routine van de overeenkomstige moeilijkheidsgraad uit te voeren voor een examencommissie of eventueel door een dossier in te dienen met daarin o.a. een bewijs van het aantal jaren dat je taijiquan (of een andere wushu discipline) beoefende, al dan niet als lesgever. De Chinese Wushu Association wilde duidelijk de wushugemeenschap zoveel als mogelijk bij de zaak betrekken. In China zijn er zeer veel bekwame beoefenaars met tonnen ervaring in verschillende stijlen die geen enkele officiële graad hebben en die wilde men aan boord krijgen. In deze eerste fase was het niet zo moeilijk om je bestaande ervaring en kennis te regulariseren. In China hebben veel leraren, aangesloten bij lokale federaties, van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en zo het succes van het duanwei systeem mee helpen verzekeren. Geleidelijk aan wordt het systeem wel strenger. Nu moet je om een duan te behalen altijd een examen afleggen met een schriftelijk en een praktisch gedeelte. In het praktisch gedeelte moet je, naast een vrije routine van een voldoende hoge moeilijkheidsgraad, ook de verplichte solovorm (danlian taolu) voor de graad die je wilt behalen, uitvoeren. Vanaf volgend jaar zou ook de verplichte routine met partner (duida of duilian taolu) uitgevoerd moeten worden.

Technische details

Het gradatiesysteem van de Chinese Wushu Associatie deelt de beoefenaars in naar drie groepen: lagere, midden en hogere duans met voor elke groep weer drie niveaus, zodat er in totaal negen duans zijn.

Lagere graden

  • 1e duan: groene adelaar (yi duan: qing ying)
  • 2e duan: zilveren adelaar (er duan: yin ying)
  • 3e duan: gouden adelaar (san duan: jin ying)


Midden graden

  • 4e duan: groene tijger (si duan: qing hu)
  • 5e duan: zilveren tijger (wu duan: yin hu)
  • 6e duan: gouden tijger (liu duan: jin hu)


Hogere graden

  • 7e duan: groene draak (qi duan: qing long)
  • 8e duan: zilveren draak (ba duan: yin long)
  • 9e duan: gouden draak (jiu duan: jin long)


Om de jeugd te stimuleren zijn er ook drie pré-duan graden voorzien met respectievelijk groene, zilveren en gouden panda's (xiong mao) als embleem.

Tot en met de zesde duan kun je behalen via een examen en een persoonlijk dossier over het aantal jaren dat je je stijl beoefent, het aantal jaren sinds je een vorige graad hebt behaald, je eventuele ervaring als lesgever, de graad van je eigen leraar, enz. Vanaf de zevende duan moet je ook iets bijzonders gedaan hebben voor de ontwikkeling en de reputatie van wushu.

Elke stijl heeft zijn eigen curriculum en programma en voor elke stijl in het systeem bestaat er een boek waarin alle technische vereisten voor die stijl zijn vastgelegd. Elk van deze boeken is rijk geïllustreerd en er zitten ook twee dvd's bij met alle beschreven routines en technieken. Op dit ogenblik zijn er 18 stijlen in het duanwei systeem opgenomen: changquan, shaolinquan, taijiquan (met Chen-, Yang-, Wu-, Wuu-, Sun- en He-stijl), xingyiquan, baguazhang, tongbiquan, chuojiao, fanziquan, bajiquan, tanglangquan, wuzuquan en yongchunquan. Naast de boeken over deze stijlen zijn er ook nog een paar algemene boeken over theorie, geschiedenis, wapentechnieken en praktische zelfverdediging.

Het curriculum voor elke duan bestaat uit vier delen: een analyse van de technieken, een solovorm (danlian taolu), een vorm voor twee personen (duida of duilian taolu) en de toepassing van de technieken in een realistische situatie (chaizhao).

De Chinese Wushu Association heeft ook geprobeerd de opbouw en moeilijkheidsgraad van de curricula van de verschillende stijlen gelijke tred te laten houden. Zo worden bij elke duan nieuwe technieken geïntroduceerd en groeit het aantal combinaties en posities. Hiervoor werd gekozen uit technieken die alle stijlen met elkaar gemeen hebben. Een voorbeeld hiervan is de stoot met de vuist of hand. De manier waarop de vuist of hand gebruikt wordt kan verschillen van stijl tot stijl, maar allemaal hebben ze gemeen dat het een essentiële basistechniek is en daarom zijn vuist- en handtechnieken opgenomen in de eerste duan. Voor de tweede duan komen er beentraptechnieken bij, enz. Bij elke duan neemt ook de moeilijkheidsgraad toe en worden de opgelegde routines langer.

Een van de kritieken op het systeem is dat de technische vereisten voor de laagste graden nogal bescheiden zijn. Deze kritiek is ten dele terecht. Je kunt het duanwei systeem niet zomaar vergelijken met het systeem van de dans van de Japanse krijgskunsten. Daar heeft men immers een goed gestructureerd curriculum met precieze vereisten voor het behalen van de banden die de dan-graden vooraf gaan. In wushu kennen we dit niet. Daarom moet je bij de lagere duans bewijzen dat je de basis van de stijl meester bent en de solo- en partnerroutines zijn om deze reden niet erg complex. Maar het kan ook niet de bedoeling zijn dat iemand bij het behalen van een eerste graad alles uit de kast moet halen. Ook bij de Japanse krijgskunsten zijn de kata's van de lagere dan-graden meestal, vrij simpel en bevatten ze zeker niet alle technieken die de deelnemer meester is. Het gaat erom de kata perfect uit te voeren en daarbij blijk te geven van een goede beheersing van de eigen stijl.

Waarde van het duanwei systeem

Wushu en zeker taijiquan laten zich niet gemakkelijk in een keurslijf dwingen en het zou goed kunnen dat dit systeem van graden als betuttelend wordt aangevoeld en dus veel weerstand gaat oproepen. Maar standaardisering is niet noodzakelijk een slechte zaak. Er zijn vele voorbeelden van het tegendeel. Zo heeft de 24-vorm, toch wel hét voorbeeld van standaardisering in taijiquan, sterk bijgedragen tot de verspreiding van taiji in China en daarbuiten. Hetzelfde kan gezegd worden over de 32-vorm taijijian (recht zwaard). Zonder deze standaardroutine uit de jaren 50 waren de meesten onder ons nooit in contact gekomen met de edele zwaardkunst.

Standaardisering betekent niet noodzakelijk dat er ingeboet wordt aan kwaliteit. Toen ik voor de eerste keer het boek en de dvd's over het Yangstijl-curriculum in handen had, was ik toch wel zeer aangenaam verrast. Na meer dan 25 jaar leek het wel of ik een paar belangrijke stukken van een onvolledige puzzel gevonden had. Alles paste perfect. Mijn eigen ervaring, ontdekkingen en vermoedens werden na al die jaren van studie en training versterkt door de technieken in het boek. De routines zijn verrassend veelzijdig, logisch opgebouwd en zeer sterk gericht op realistische toepassingen. Zonder afbreuk te doen aan de diepere waarden van taijiquan op het vlak van ademhaling, meditatieve kracht, effect op de gezondheid en het lichamelijk welbehagen, wordt er veel ruimte gegeven aan het martiale. Taijiquan wordt vaak gezien als een soort Chinese gymnastiek, maar uiteindelijk is het veel meer dan dit en het aspect krijgskunst is absoluut nodig om taijiquan te maken tot wat het is. In het Westen zowel als in het Oosten is taijiquan vaak ontdaan van zijn essentie en wat er overblijft is maar een schaduw van wat het ons zou kunnen bieden.

Het duanwei systeem uitrollen en door iedereen laten aanvaarden is een zeer moeilijke opdracht en niemand weet of dit zal slagen en welke invloed de nieuwe routines zullen hebben. De Chinese Wushu Association heeft de voorbije jaren wel een grote inspanning geleverd en gezorgd voor een compleet en evenwichtig pakket dat inhoudelijk zeer rijk en gevarieerd is. Het zal enige tijd duren voor dit materiaal zijn weg vindt naar leraren en de nieuwe routines algemeen aanvaard worden. In China begint dit aardig te lukken maar buiten China moet alles nog gebeuren. Als de Chinese Wushu Association de ambitie heeft om internationaal het systeem te promoten moeten ze dringend werk maken van Engelse vertalingen van boeken en dvd's.

Marc Heyvaert

Over een periode van meer dan 10 jaar schreef ik bijna elke maand een artikel voor het maandblad "Taiji en Qigong Tijdschrift (TQT)" dat later de naam "YingYang" kreeg. Dit blad bestond dank zij de bijdragen van vele vrijwilligers en de tomeloze inzet van de eindredacteur Connie Witte. Jammer genoeg is er aan dit mooie initiatief een einde gekomen.

Share