Taijijian

De tekst hieronder is gebaseerd op een een pagina van de oude website van Peter Lim. De oorspronkelijke site is niet meer online maar hij werd wel opgeslagen en is terug te vinden op deze locatie: https://www.itcca.it/peterlim/


De jian of recht zwaard verscheen vrij laat in het taiji-curriculum en werd voor het eerst onderwezen in Beijing. In de traditie van Wu Yu Xiang vis er geen vermelding van een zwaardvorm, hoewel er wel een zwaardvorm is in de huidige syllabus van de Wu Yu Xiang-stijl. De traditie vermeldt alleen het slagzwaard en de speer/staf, wat overeenkomt met de tijd waarin het zwaard al een minder belangrijke rol speelde in de strijd en grotendeels vervangen was door de sabel.

De vorm die door de Yangs werd onderwezen werd in foto's vastgelegd en beschreven door Chen Wei Ming, een leerling van Yang Cheng Fu en door Chen Yan Ling, die had gestudeerd bij Tien Shao Ling, een leerling van Yang Jian Hou en Yang Shao Hou. Deze routines zijn grotendeels identiek en vormen nog steeds de meest traditionele vorm van het Yang Taiji-zwaard die vandaag de dag nog steeds wordt beoefend.

De Chinese overheid lag aan de basis van een kortere zwaardvorm met 32 posities die gebaseerd is op deze traditionele vorm met 56 posities (51 volgens de telling van Zhao Youbin - Marc) van de Yang-familie en onderwees deze als gezondheidsoefening aan het publiek. Het is veel korter en de houdingen zijn enigszins herschikt.

Ook de klevende zwaardoefening voor twee personen, die verwant is aan het handen-duwen (tuishou), maakt deel uit van het zwaardrepertoire. De 13 technieken van het taiji-zwaard worden dus actief beoefend door de beweging van de tegenstander aan te voelen en deze te counteren met behulp van de principes van Taijiquan. De dertien zwaardtechnieken die algemeen worden genoemd zijn:

  • Terugtrekken (Chou - 抽 )
  • Leiden, dragen,  (Dai - 带)
  • Naar boven tillen (Ti - 提 )
  • Blokkeren (Ge - 割)
  • Aanslaan (Ji - 击)
  • Steken (Ci - 刺)
  • Met de punt aanwijzen (Dian - 点)
  • Uitbarsten, breken (Beng - 崩)
  • Roeren (Jiao - 搅)
  • (Naar beneden) drukken (Ya - 压)
  • Splijten, hakken (Pi - 劈)
  • Onderscheppen (Jie - 截)
  • Wassen (Xi - 洗)

Het zwaard dat wordt gebruikt bij de taijihian is een normaal Chinees zwaard of jian. Het is een recht zwaard met twee snijkanten, maar alleen het bovenste derde deel is vlijmscherp geslepen. Voor de moderne praktijk wordt vaak een ongeslepen zwaard gebruikt, in sommige gevallen een houten zwaard. De lengte van het zwaard moet geschikt zijn voor het individu en de oude manier om de juiste lengte te bepalen is door het zwaard omgekeerd vast te houden met een rechte arm, zodat het zwaard omhoog wijst en zich achter de arm bevindt. De punt van het zwaard moet zich op dezelfde hoogte bevinden als de oorlel.

Hoewel elk soort zwaard gebruikt kan worden, moet men zachte zwaarden vermijden die te veerkrachtig zijn en zwaarden die te stijf zijn. Het zwaard moet licht veerkrachtig zijn. Het gewicht mag niet te licht zijn, het moet aanvoelen als een natuurlijke verlenging van de arm. Te zwaar kan overmatige spanning veroorzaken, wat ontspanning belemmert. Men moet niet meteen overstappen op een zwaar wapen, maar beginnen met een wapen dat het meest comfortabel is en overstappen op een zwaarder wapen wanneer men beter wordt en het eerste wapen te licht vindt.

De afwerking van het traditionele zwaard is glad en men moet de nerf van het metaal door de glans heen kunnen zien. Moderne zwaarden zijn meestal verchroomd met een laag koper of messing onder de chroomlaag. De oudere zwaarden werden met de hand geslagen en hadden soms de naam van de maker of op zijn minst het zegel van de plaats van vervaardiging erin gegraveerd. Moderne zwaarden worden meestal uit plaatmetaal gesneden en vervolgens machinaal gevormd. Handgemaakte zwaarden hebben de voorkeur vanwege de betere balans, de betere afwerking en de compactere nerf van het geslagen metaal. Het handvat moet goed vastzitten en niet loszitten, het mag ook niet te dun en smal zijn, maar breed genoeg voor een goede grip. Controleer of het handvat geen scheuren vertoont door gebreken in het hout of een onjuiste afwerking of behandeling van het hout.


Tot zover de tekst van Peter Lim. Ik kan er mij wel in vinden alleen zijn er veel meer zwaardtechnieken dan de 13 die hier worden opgesomd. Ik schrijf dit toe aan de obsessie om alles taiji met het getal 13 te verbinden. Voor de volledigheid moeten ik nog toevoegen:

  • Liao of opwaarts snijden, als dit links en rechts gebeurt spreken we over xi of wassen
  • Gua of naar beneden pareren naast de knie
  • Sao of vegen, snijden met het zwaard lichtjes slepend van rechts naar links
  • Jia of met het zwaard boven je hoofd blokkeren
  • Tuo of het zwaard naar boven tillen, zo goed als identiek aan ti
  • Mo of smeren, net zoals sao maar dan van rechts naar links
  • Lan of blokkeren
  • La of terugtrekken, gelijkend op chou
  • ... wellicht zijn er nog meer