Succesvolle taijiquan strategie

Printvriendelijke versiePrintvriendelijke versie

 

In China is er een rijke traditie van krijgskunsten. Er zijn tot op dit ogenblik 129 verschillende unieke stijlen beschreven die elk een eigen oorsprong, strategie en trainingsmethodiek hebben. Taijiquan is één van de belangrijkste krijgskunsten in China wanneer je kijkt naar het aantal beoefenaars.

Het valt moeilijk te begrijpen hoe taijiquan kan verwant zijn met de andere krijgskunsten. In feite kent elke Chinese krijgskunst technieken van aanval en verdediging, hard en zacht zijn, vorderen en terugtrekken, vol en leeg zijn. Een succesvol krijgskunstenaar kan de situatie waar hij voorstaat correct inschatten en heel snel en gepast reageren met de juiste strategie. Deze strategieën worden ook vaak in bloemrijke taal omschreven. 

Een paar voorbeelden:

  • Snel als de wind, toeslaan als een pijl uit een boog, steeds sneller, zelfs wanneer de vijand verslagen is
  • Bewegen in cirkels om zo de vijand naar binnen te lokken en een frontale aanval te vermijden
  • Snel toeslaan nog voor de tegenstander de tijd heeft om te reageren
  • Met de vuisten slaan zo snel als waren het regendruppels maar met de snelheid van ontploffende rotjes
  • Handen zijn de poorten waarmee je de stad verdedigd, maar aanvallen doe je met de benen

Voor wat taijiquan aangaat berust een succesvolle strategie op meesterschap in vier domeinen: aanvoelen (luisteren), neutraliseren, controleren en aanvallen.

  1. Aanvoelen (听, ting1 - betekent luisteren). Het nodige geduld opbrengen om rustig af te wachten en zo de aanval van de tegenstander aan te voelen. Dan pas kan je gepast reageren. 
  2. Neutraliseren (化, hua1 -betekent ook transformeren, oplossen ). Je moet bij een aanval eerst wijken dus niet reageren met kracht, hard tegen hard. Je moet contact maken met je tegenstander en zijn kracht neutraliseren door ze weg te leiden naar de leegte. Alleen zo kan je die kracht altijd breken.
  3. Controleren (拿, na2 - betekent grijpen, hier komt het van 擒拿 qin1na2,  de term die gebruik wordt om de controle technieken van taijiquan aan te duiden.) Door de zwakke punten van de tegenstander te kennen kan je hem manipuleren en zelf de beste positie voor een tegenaanval opzoeken.
  4. Aanvallen ( 发, fa1 - betekent uitsturen, emitteren) Door gebruik te maken van de zwakke punten van de tegenstander uitsturen van kracht, je eigen kracht en die van je tegenstander gebruiken om op een beslissende wijze de bovenhand te halen.

Bron: "Taijiquan" door Li Deyin

vertaling en bewerking: Marc Heyvaert